Lula stelde zich in 1982 voor het eerst verkiesbaar voor het gouverneurschap van de staat São Paulo. Hij verloor de verkiezingen, maar hij wist voor zijn partij wel voldoende stemmen binnen te halen om haar voortbestaan te verzekeren. In de verkiezingen van 1986 behaalde Lula een zetel in het Nationaal Congres van Brazilië. met een gemiddels percentage van de stemmen. De PT hielp mee de post-dictatoriale grondwet te schrijven, waarbij ze garanties vastlegde voor arbeidersrechten, maar faalde om een herverdeling van het agrarische land te bewerkstelligen. Hoewel zij meewerkten aan het schrijven ervan, weigerden Lula en zijn partij de nieuwe grondwet te tekenen toen deze af was.
In 1989, nog steeds een lid van het Nationaal Congres, stelde Lula zich namens de PT verkiesbaar als presidentskandidaat. Hoewel hij in een groot deel van de Braziliaanse samenleving populair was, werd hij gevreesd door de grote magnaten en mensen met financiële belangen, en werd belasterd door de media, maar had ook last van onregelmatigheden bij de verkiezingen, zoals het plotseling niet aanwezig blijken te zijn van bussen in plaatsen - meestal in arme buurten - waar Lula veel stemmen verwachte te behalen, enz. Dit heeft aanzienlijk bijgedragen aan het voor Da Silva negatieve resultaat van de verkiezingen. Het feit dat zijn arbeiderspartij bestond uit een los samenwerkingsverband van vakbonden, anti-armoede activisten, linkse katholieken, centrum-linkse sociaal-democraten en kleine Troski-istische groeperingen, hoewel zij in grote mate ideologisch dezelfde insteek hadden, bracht hem ook veel wantrouwen binnen de middenstand van Brazilië, juist omdat PT in staat was zichzelf te representeren als de eerste arbeidersbeweging die opgezet was door het gewone volk. In tegenstelling tot de PT was Vargas' Braziliaanse Arbeiderspartij grotendeels een top-down organisatie, opgezet rond de grote bonzen van de vakbond-bureaucratie.
Lula weigerde zich herkiesbaar te stellen als congreslid in 1990, omdat hij teveel bezig was met het uitbreiden van de organisatie van de PT in het hele land. Hij stelde zich opnieuw verkiesbaar voor het presidentschap in 1994 en 1998. Aangezien het politieke klimaat in de jaren 1990 voornamelijk werd beheerst door het monetaire stabilisatieplan rond de Braziliaanse Real, dat een einde maakte aan decennia van extreme inflatie, verloor Lula in 1994 (in de eerste ronde) van de officiële kandidaat, de minister van financiën (en uit dien hoofde verantwoordelijk voor de Real) Fernando Henrique Cardoso, die zich herkiesbaar stelde (na een grondwetswijziging werd het mogelijk dat een president meer dan twee ambtstermijnen vervult) in 1998, waar hij tevens al in de eerste ronde meer dan de helft van de stemmen behaalde.
In de campagne van 2002 zwoor Lula zijn informele kledingstijl en zijn stokpaardje dat de betalingen van de Braziliaanse staatsschulden zouden moeten worden gereguleerd in afwachting van een economisch onderzoek hiernaar. Dit laatste punt baarde vooral economen, zakenlui en banken zorgen, die vreesden dat zelfs een gedeeltelijk uitstel van betaling in combinatie met het reeds van kracht zijnde Argentijnse uitstel een gigantisch effect zou hebben op de wereldeconomie.
Lula werd verkozen tot president nadat hij de tweede ronde van de verkiezingen in 2002 had gewonnen, die gehouden werden op 27 oktober, waarbij hij de centraal-georiënteerde kandidaat José Serra van de Sociaal-democratische partij van Brazilië versloeg.
Op 1 oktober 2006 liep Da Silva bijna zijn tweede termijn mis in de eerste ronde door een te laag percentage. Hij haalde echter net voldoende stemmen, en in de tweede ronde versloeg hij zijn tegenstander met een ruime marge. Da Silva beloofde de Braziliaanse economie de komende vier jaar te laten groeien en wilde de verschillen tussen arm en rijk verkleinen.